|
Nederland gebruikt van alle Europese
landen bij mensen de laagste hoeveelheid antibiotica. Hierdoor komen er
ook relatief weinig MRSA’s, ESBL's en andere moeilijk te bestrijden
bacteriën voor, al doen de vele artikelen in de media anders vermoeden.
Ten aanzien van de landbouwhuisdieren
is de situatie echter duidelijk anders: hier is Nederland namelijk het
slechtste jongetje van de klas. Vooral het preventief gebruik van
antibiotica in de intensieve veehouderij heeft ertoe bijgedragen dat ons
land het hoogste gebruik van antibiotica in 2010 van Europa kent. Gelukkig
is dit door allerlei maatregelen in 2011 al met 30% verminderd zodat de
doelstelling voor 2013 (50% antibioticumreductie t.o.v. 2009) mogelijk
gehaald kan worden.
Naast een vermindering van de totale
hoeveelheid antibiotica dienen er een aantal soorten antibiotica zeer
terughoudend te worden gebruikt, omdat deze middelen bewaard dienen te
worden voor resistente bacteriën bij mensen. Dit zijn o.a. de derde
generatie cefalosporines (Excenel, Naxel en Cobactan), de fluoroquinolonen
(Baytril, Enroxil), en de langwerkende macroliden (Draxxin). In principe
kunnen deze antibioticasoorten alleen nog worden voorgeschreven na een
bacteriologisch onderzoek en in overleg met uw dierenarts.
Om tot een daadwerkelijke vermindering
van antibiotica in de melkveesector en de zoogkoeiensector te komen dient
elk rundveebedrijf waar meer dan 5 runderen gehuisvest zijn voor 1 april
2012 te beschikken over de volgende gegevens:
·
Een
BedrijfsGezondheidsPlan (BGP)
·
Een
BedrijfsBehandelPlan (BBP)
·
Een
berekening van het antibioticumgebruik in de vorm van DierDagDosering (DDD)
·
Een 1 op 1
Overeenkomst met de begeleidende dierenarts van de dierenkliniek
Door de controlerende instanties, zoals
Qlip en SKV wordt u zelf verantwoordelijk gehouden voor het aanwezig
hebben van deze gegevens. Uiteraard zijn wij u graag van dienst bij het
berekenen van de DDD en zullen wij gezamenlijk zowel het BGP als het BBP
moeten invullen. Dit vergt echter voor ons een enorme inspanning aan tijd
en administratieve werkzaamheden om voor alle bedrijven de gegevens op
tijd klaar en ingevuld te krijgen. Daarnaast zullen deze cijfers en
plannen jaarlijks vernieuwd moeten worden. Voor het invullen van een BGP
zijn een aantal bedrijfsgegevens onontbeerlijk. Daartoe verzoeken wij u
deze onderstaande gegevens over de afgelopen 12 maanden alvast te
verzamelen, zodat het invullen van de formulieren zo weinig mogelijk tijd
in beslag neemt. Het gaat om de volgende gegevens:
Volwassen dieren:
|
Aandoening |
Aantal |
Streefwaarde |
|
Mastitis |
|
|
|
Klauwaandoeningen |
|
|
|
Aan
nageboorte staan > 24 uur |
|
|
|
Acute
baarmoederontsteking met stinkende uitvloeiing |
|
|
|
Chronische baarmoederontsteking, witvuilen |
|
|
|
Melkziekte met behandeling |
|
|
|
Slepende melkziekte met behandeling |
|
|
|
Doodgegaan, waaronder euthanasie |
|
|
Jongvee:
|
Aandoening |
Aantal |
Streefwaarde |
|
Diarree |
|
|
|
Longontsteking |
|
|
|
Navelontsteking |
|
|
|
Doodgegaan, waaronder euthanasie |
|
|
Overige gegevens:
Gemiddeld tankcelgetal
van de afgelopen 12 maanden:
Gemiddeld aantal (melk)koeien:
Gemiddeld aantal pinken:
Gemiddeld aantal kalveren < 1 jaar:
Uit de analyse van de hierboven genoemde gegeven, in samenhang met MPR
uitslagen via o.a. PIR-DAP, bedrijfsbegeleidingsverslagen en DDD
uitkomsten worden aandachtspunten gekozen die in het BGP worden opgenomen.
Hiervoor worden doelstellingen en een plan van aanpak gemaakt. Deze dienen
jaarlijks geëvalueerd en gecontroleerd te worden.
Kortom: veel administratieve werkzaamheden die het nodige aan tijd van u
en ons vragen. Het zal u als veehouder echter meer inzicht in de
gezondheid van uw veestapel geven en de mogelijkheid om problemen via een
protocollair behandelplan te verminderen.
|